Bij besluit van 17 december 2019, stelde de gemeenteraad het belastingreglement op economische bedrijvigheid vast, voor de termijn eindigend op 31 december 2025. Bijgevolg dient opnieuw een belastingreglement vastgesteld te worden vanaf 1 januari 2026.
Het is aangewezen een financiële bijdrage van ondernemingen gevestigd op het grondgebied van de stad voor het gebruik van gemeentelijke infrastructuur en algemene dienstverlening op gebied van wegen, riolering, ruimtelijke ordening en milieubeleid te vorderen. Het bestuur streeft naar een billijke, evenwichtige en rechtmatige verdeling van de belastingdruk tussen natuurlijke en rechtspersonen.
De hoogte van de financiële bijdrage wordt afhankelijk gesteld van de draagkracht van de ondernemingen, de invloed van de onderneming op de gemeentelijke uitgaven en hun impact op het milieu en de gemeentelijke infrastructuur. Voor de belastbare grondslag worden drie factoren in rekening genomen: oppervlakte, vermogen van de motoren en opslagcapaciteit. Ondernemingen die de meeste hinder veroorzaken naar de omgeving toe worden het zwaarst belast.
In het bijzonder oefenen ondernemingen die in het kader van hun bedrijfsactiviteit gebruikmaken van motoren in het algemeen een veel grotere invloed uit en/of vertonen een veel groter gebruik en verbruik van de voorziene elektriciteitsvoorzieningen ten opzichte van de ondernemingen die in het kader van hun bedrijfsactiviteit geen motoren aanwenden.
Commerciële rechtspersonen hebben in het algemeen een grotere invloed op de gemeentelijke uitgaven en in het algemeen een grotere financiële draagkracht dan de in de artikelen 180,181 en 182 van het WIB bedoelde rechtspersonen. In tegenstelling tot commerciële rechtspersonen is het winstbejag niet de belangrijkste bestaansreden voor de rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180,181 en 182 WIB 1992. Het is aangewezen om vennootschappen die wegens artikel 180, 181 en 182 van het Wetboek inkomstenbelastingen 1992 niet aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn ook niet aan de gemeentelijke belasting te onderwerpen.
Het is aangewezen om de doelgroep van belastingplichtigen af te stemmen op de data opgenomen in de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen (VKBO) ten einde het administratief werk van de financiële dienst te faciliteren.
Het is niet wenselijk om verenigingen die de stad via haar subsidiereglementen subsidieert omwille van hun verdiensten tegenover de bevolking (sportverenigingen, jeugdverenigingen, socio-culturele verenigingen) en zeer waardevolle sociale initiatieven zoals maatwerkbedrijven en instellingen waar zieken en gehandicapten residentieel verzorgd worden, te belasten.
Ondernemingen die niet onderworpen zijn aan btw (artikel 44 van het btw-wetboek) worden vrijgesteld van de belasting op economische bedrijvigheid. Ondernemingen die btw-belastingplichtig zijn, maar genieten van de btw-vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen omwille van een laag omzetcijfer (artikel 56bis e.v. btw-wetboek) worden ook vrijgesteld. Deze btw-vrijstellingsregeling blijkt niet in de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen en de belastingplichtige zal hiervan melding moeten maken waarna de dienst Financiën dit controleert.
In Vilvoorde zijn er veel vzw’s actief op het filantropische, sociale, sportieve en/of culturele vlak. Het stadsbestuur wenst die initiatieven niet te belasten omwille van de maatschappelijke meerwaarde die dergelijke vzw’s meestal hebben.
Natuurlijke personen-ondernemingen die in Vilvoorde gedomicilieerd zijn worden in de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen opgenomen met hun domicilieadres in Vilvoorde en eventueel aanvullend met een vestiging als zij hun activiteiten op een ander adres dan hun domicilieadres uitoefenen.
Natuurlijke personen-ondernemingen die gedomicilieerd zijn in Vilvoorde maar hun activiteiten enkel buiten Vilvoorde uitoefenen en in de Verrijkte Kruispuntbank voor Ondernemingen een vestiging hebben buiten Vilvoorde worden al vrijgesteld indien ze dit aantonen aan de hand van de nodige bewijsstukken en een verklaring op erewoord.
Btw-eenheden (art. 4§2 van het btw-wetboek) oefenen geen activiteiten uit en zijn louter een administratief vehikel om de btw-administratie te vereenvoudigen en worden daarom niet belast.
Opslagruimtes voor goederen waarvan de hoeveelheid wordt uitgedrukt in ton of m³ zijn meestal minder gevuld dan opslagruimtes voor goederen waarvan de hoeveelheid wordt uitgedrukt in liter, maar dit verschil wordt verondersteld kleiner te zijn naarmate de opslagruimtes groter zijn en dus is het wenselijk om een lager tarief te hanteren voor de eerste twee schijven van het eerste type opslagruimte.
De bedragen van deze gemeentelijke belasting zijn sinds de vorige vaststelling van het belastingreglement ongewijzigd gebleven. In de periode van oktober 2019 tot oktober 2025 is de gezondheidsindex met 25% gestegen. Om de reële waarde van de belastingen te herstellen, worden deze verhoogd met 25% en afgerond op 1 euro (minimumbedragen), 0,0001 euro (voor de bedragen berekend per liter) of 1 eurocent (overige).
Vanaf 2027 worden de gemeentelijke belastingen jaarlijks aangepast op basis van de evolutie van de gezondheidsindex, zodat ze de inflatie volgen en hun reële waarde behouden.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan op raming MJP000605, actie AC000373 en budgetrekening 73400000.
Het belastingreglement op de economische bedrijvigheid wordt vastgesteld.
Het reglement maakt integraal deel uit van dit besluit.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.