Bij besluit van 17 december 2019 stelde de gemeenteraad de aanvullende belasting op de personenbelasting voor het aanslagjaren 2020-2025 vast.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Bijgevolg wordt er voor de volgende jaren opnieuw een aanvullende belasting op de personenbelasting geheven. Het percentage wordt behouden voor de aanslagjaren 2026-2031.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 MJP000601, actie AC000371, budgetrekening 73010000.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot 2031 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die in de gemeente belastbaar zijn op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7,2 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.